Openbaring
Ze zijn er nog, openbaringen. En gelukkig maar, want anders zou het leven saai worden. En hoewel ik afgelopen zondag aanwezig was bij de doop van een neefje, heeft mijn openbaring niets religieus. Alhoewel, wijn is voor mij een heilig product en mensen die mij erover horen praten, hebben weleens het idee dat ik aan het prediken ben. Maar toch…
Iedereen die zich in wijn verdiept, heeft zo zijn voorkeuren. Deze kunnen al vroegtijdig zijn gevormd, afhankelijk van waarmee men is opgevoed. Smaak ontwikkelt zich en dat maakt dat de voorkeuren veranderen of in ieder geval diverser worden. Tenminste, dat mag je hopen.
Met de inhoud van die opvoeding moet je een beetje mazzel hebben; niet iedereen komt uit een nest waar de betere wijnen rijkelijk vloeiden. Zelfs die latere smaakontwikkeling heb je niet geheel in eigen hand. Je omgeving bepaalt ook wat je krijgt voorgeschoteld. En zelfs als je je professioneel bezighoudt met wijn, wil dat niet zeggen dat je zomaar de grote wijnen der aarde drinkt.
Opvoeding
Ik heb het wat opvoeding betreft zeker niet slecht gehad, ook niet wat betreft wijn. Aangezien we vaak in de Vogezen kwamen voor lopend onderzoek van mijn vader, waren het vooral de witte wijnen van de Elzas waarmee ik aanvankelijk in aanraking kwam. Albert Boxler in Niedermorschwihr was een van de favoriete adressen, weet ik nog wel. En terecht, zeg ik nu.
Wat de rode betreft was ik een tijdje weg van houtgerijpte Spaanse wijnen van het dubieuze soort. Om een idee te geven: ik hield eerst van foute Rioja en toen die te duur werd, schakelde ik probleemloos over op La Mancha's en Valdepeñas 'met hun goede prijs-kwaliteit-verhouding'. Yes, I confess…
Na een aantal zeer hedonistische verblijven in de Bourgogne en in Noord-Italië kwam het toch nog redelijk goed. En toen ik erachter kwam dat je voor mooie Riesling niet in de Elzas moet zijn, maar over de grens in Duitsland, leek mijn wijnvoorkeur overzichtelijk en overtuigd.
Onbegrepen
Er was eigenlijk maar één beroemd wijngebied dat ik niet goed kende en dus niet begreep: Bordeaux. Natuurlijk, ik had talloze wijnen uit het enorme gebied geproefd en gedronken, soms met groot plezier en soms zelfs vol bewondering. Maar vaker bleef ik achter met de vraag: waar is die grote roem nou in godsnaam op gebaseerd? Een vraag waar ik zelf het antwoord natuurlijk ook wel op wist: op de kwaliteit van de grote wijnen, op die van de hoogste Grand Cru Classés van de linkeroever en de meest illustere van de rechteroever van de Gironde. En dan ook nog eens op de wijnen uit de grote jaren, zoals bijvoorbeeld 1945, 1959, 1961, 1982 en 1990. Veelal zeer zeldzame en sowieso onbetaalbare wijnen, die een gewone sterveling nooit te proeven, laat staan te drinken krijgt. Tenzij je gewoon enorm veel mazzel hebt… En dat overkwam mij eind 2009.
Surrealistische ervaring
In oktober 2009 mocht ik voor een goede klant -inmiddels een goede vriend- een proeverij aan elkaar praten van een prachtige selectie Bordeaux-wijnen uit zijn indrukwekkende kelder. Het werd mijn openbaring,-met Mouton-Rothschild 1982 als het Absolute'. Dit is de proeverij, waarna mijn leven niet meer hetzelfde was als voordien. Eerlijk gezegd had deze revelatie zich al eerder aangediend dat jaar, op proeverijen van de wijnen van Michel Rolland's Le Bon Pasteur en door middel van the odd bottle bij Perswijn, met dank aan het proefpanel en de hoofdredacteur.
De proeverij, die ik in het Engels moest begeleiden, bestond uit elf wijnen, verdeeld over drie flights. Ik had hem deels zelf mogen samenstellen, hetgeen een bijna surrealistische ervaring was geweest. Dat ging namelijk zo van 'Lars, welke '82-ers zullen we schenken, moeten we die Latour er ook nog bij nemen?'
Flight één: Pessac-Léognan
De eerste serie bestond uit Pape Clément 2001, Haut-Brion 2001 en Smith-Haut-Lafitte 2000, topdomeinen uit de AC Pessac-Léognan. Zoals verwacht was de Pape Clément erg sterk en indrukwekkend, geheel in de stijl van consultant Michel Rolland. De wat teleurstellende Smith-Haut-Lafitte 2000 werd er volledig door weggevaagd, maar de Haut-Brion bleef fier overeind en overtuigde door diepgang, structuur en elegantie. Voor mij een van de mooiste wijnen van de avond. De gastheer had er nog een piraat tussen geplaatst, en wat voor één: 1998 La Mission Haut-Brion. Wat minder elegant dan zijn overbuur, maar boordevol aardse kracht en lengte.
Flight twee: Mouton
Toen volgde een flight met louter Mouton-Rothschild: 1996, 1995, 1990 en 1982. Voor actuele achtergrondinformatie over deze veelbesproken Premier Grand Cru Classé verwijs ik u graag naar het artikel De Mythe van Mouton Rothschild in Perswijn 09/8. Daarin leest u o.a. terecht dat Mouton 1996 een zeer goede wijn is. Op onze proeverij viel de wijn aanvankelijk een tikje tegen, maar hij zal nog tijd nodig hebben.
Mouton 1995 toonde zich zeer verleidelijk. De wijn was zeer diep van kleur, geconcentreerd, had een geweldige structuur en een grote lengte. De houtrijping was nog proefbaar, maar stoorde niet.
Met spanning werd uitgekeken naar de volgende wijn, Mouton 1990. Even googelen maakt duidelijk hoe verdeeld de meningen over deze wijn uit dat grote jaar zijn. Onze fles viel ronduit tegen en op basis daarvan is het begrijpelijk dat Mouton 1990 nog niet de helft kost van de overige Premier Grand Cru Classés uit dat jaar. De wijn was volatiel, alcoholisch en wat dun.
En toen was het moment van de openbaring daar, in de vorm van de verschijning van Mouton 1982. Eerlijk gezegd, ik had de wijn een dag tevoren al geproefd, met de lunch. Van grote wijnen krijg ik kippenvel en dat van deze wijn blijf een uur lang natintelen, ongelooflijk. Op de proeverij was hij nog steeds groots, nee, subliem. Zeldzaam intens, maar ook zeldzaam zacht en harmonieus, alsof hij door hogere hand was gemaakt om te laten zien: zo groot kan wijn zijn. For what it's worth: ik heb de wijn de maximale 20 punten gegeven, mijn eerste en tot nu toe enige keer.
Flight drie: Cos en Latour
Het hoogtepunt was daarmee geweest, maar die stelling doet verschrikkelijk af aan het geweldige naspel. Flight drie bestond namelijk uit Cos d'Estournel 1982, Latour 1970 en Latour 1966 (uit magnum). Ook de Cos 1982 had ik de dag ervoor al mogen proeven, en dat zat zo. De gastheer had net Mouton 1982 geopend en vond de wijn aanvankelijk tegenvallen. Om mij duidelijk te maken wat zijn idee is van de Rive Gauche 1982, werd direct Cos d'Estournel 1982 geopend. Vanaf het moment van ontkurken, toonde deze wijn zich van zijn mooiste kant en deed zijn nobele herkomst en grote jaar alle eer aan. "Dit is echt '82!" zei mijn vriend, en ik geloofde hem direct. Na een tijdje zorgvuldig proeven, was het tijd om de aandacht weer te verleggen naar de nu zo'n 30 minuten openstaande Mouton. Die was inmiddels, zoals gezegd, subliem, maar deed niets af aan de prachtige Cos.
Met Latour 1970 kwam de volgende hele grote wijn langs. Hij maakte een verpletterende indruk, wat een kracht en vitaliteit heeft deze wijn nog! De kleur is fantastisch diep en het aroma is prachtig: diep en aards, met tonen van grafiet, balsamico en cederhout. De smaak is krachtig, aards en nog zeer vitaal; een ongelooflijke ervaring.
Vergeleken met de 1970 viel de Latour 1966 helaas wat tegen. Ondanks dat het een magnum betrof, was de wijn duidelijk zeer gerijpt, op het omslagpunt van gezonde oxidatie naar geoxideerd. De lengte verraadde nog zijn vroegere grootsheid, maar de wijn was wat over zijn top.
Omdat het gezelschap beperkt was, viel er nog flink wat na te proeven. Daar werd gretig gebruik van gemaakt. Het was, zoals vaak, niet alleen lekker maar ook zinvol, want sommige wijnen hadden merkbaar profijt van de extra ademtijd. Vooral de Haut-Brion 2001 en de Mouton 1996 werden alsmaar fraaier. En de Mouton '82? Die bleef gewoon overeind, schier tijdloos als een mooi monument. Hij had zijn doel allang bereikt: mij bekend gemaakt met de grootsheid van Bordeaux.
Lars Daniëls MV
< Stuur deze pagina door >





