De stelling: het is een mythe dat vrouwen beter proeven dan mannen

01-11-2006

"Vrouwen smaken niet alleen beter, ze proeven ook beter!" Gevleugelde woorden van Noële Ruitenberg, die normaliter de stelling verzorgt. Ze is er echter een paar weken tussenuit in verband met zwangerschapsverlof. Ondergetende zal daarom tijdelijk de honneurs waarnemen.
Nog even, en Noële kan weer wat meer gaan drinken. Zwangerschap en drinken staan nu eenmaal op gespannen voet met elkaar, dus maanden lang is verregaande onthouding van alcoholica dan geboden.

"Vrouwen smaken niet alleen beter, ze proeven ook beter!" Gevleugelde woorden van Noële Ruitenberg, die normaliter de stelling verzorgt. Ze is er echter een paar weken tussenuit in verband met zwangerschapsverlof. Ondergetende zal daarom tijdelijk de honneurs waarnemen.
Nog even, en Noële kan weer wat meer gaan drinken. Zwangerschap en drinken staan nu eenmaal op gespannen voet met elkaar, dus maanden lang is verregaande onthouding van alcoholica dan geboden. Al moet een zo af een toe een nipje van het een of ander wel kunnen. Proeven is uiteraard een ander verhaal. Wellicht proeven vrouwen juist op hun scherpst wanneer ze in verwachting zijn. Maar betekent een grotere sensibiliteit voor geuren en smaken automatisch een hogere mate van proefvaardigheid?

We zijn hiermee middenin de stelling terecht gekomen. Die heeft betrekking op de wijdverbreide aanname dat vrouwen 'beter' zouden proeven dan mannen. Maar is dat wel zo? Is er hard, verifieerbaar  bewijs voor die uitspraak? En wat meet je eigenlijk wanneer je iemands proefcapaciteiten wenst te beoordelen?  Met andere woorden: wat is eigenlijk 'goed proeven'? De veronderstelling dat vrouwen beter zouden proeven dan mannen lijkt eerder gebaseerd op incidentele waarnemingen dan op solide argumenten. De stelling luidt daarom:
"Het is een mythe dat vrouwen beter proeven dan mannen."

Het zou aardig geweest zijn om iemand als Maarten 't Hart, auteur van het destijds vrij geruchtmakende 'De vrouw bestaat niet', als pleiter voor de stelling te hebben gehad. Het valt alleen te vrezen dat die niet echt iets met wijn heeft.

Gelukkig verklaarde Frank Jacobs zich enthousiast bereid om de 'vrouwonvriendelijke' slechterik te spelen en de stelling met bravour te verdedigen. Onverwerkte jeugdtrauma's? Hoe dan ook, Frank behoeft nauwelijks enige introductie. Het volstaat om te weten dat hij als docent Proeven verbonden is aan de Wijnacademie.

Hij moet het opnemen tegen een geduchte opponente die al evenmin een uitgebreide introductie behoeft en die als weinig anderen in Nederland thuis is op het gebied van goede smaak, Magda van der Rijst. Zij is gevraagd om de stelling te weerleggen. Toeval of niet, ook Magda is als docent Proeven verbonden aan de Wijnacademie! Geen gebrek aan ervaringsdeskundigheid derhalve.

Uw reacties - voor dan wel tegen of gewoon nuancerend - zijn van harte welkom. Stuur ze naar: wijnpers@wijnpers.nl.

René van Heusden

De stelling is juist.

In het kielzog van de feministische golf aan het eind van de vorige eeuw werden ook traditionele mannenbastions, zoals de wijnwereld, steeds meer voor de dames opengesteld. Een goede zaak, want wijn is een heerlijke drank, of kan dat in elk geval zijn, waarvan het genieten natuurlijk niet alleen aan mannen mag zijn voorbehouden. Ook bracht de komst van de dames – steeds vaker actief in zowel de wijnhandel, de wijnschrijverij en als terzake deskundig consument  – nieuw bloed en frisse ideeën in de zo lang louter door mannen beheerste en daardoor wat stoffige wijnwereld. Nogmaals, niets dan goeds derhalve, want wijn proeven kan, met enige goede wil en training, iedereen. Tenminste degenen die over normaal functionerende geur- en smaakzintuigen beschikken.

Toen de dames hun frêle voetjes in hooggehakte schoentjes eenmaal stevig tussen de deur hadden, volgde een tweede offensief: steeds vaker klonk het op luide toon dat vrouwen eigenlijk gewoon veel beter kunnen proeven dan mannen. Vaak werd dat geïllustreerd door te vertellen dat dit genetisch en biologisch zo bepaald is. Vrouwtjes zoogdieren in de dierenwereld herkennen hun eigen kind immers middels de geur en ondanks de door de evolutie bepaalde degeneratie van sommige zintuigen bij het menselijk ras, zou er bij de dames toch nog wel wat van zijn overgebleven hetgeen hun superieure reukvermogen t.o.v. de man zou verklaren.

Nou ik kan u zeggen dat ik daar graag een testje mee zou uitvoeren. Ik zou wel eens in een willekeurig ziekenhuis een twintigtal jonge moeders, voorzien van blinddoek en oordopjes, de ruimte willen binnensturen waar hun twintig baby’s liggen en hen daarna vragen om louter op de geur, dus zonder te kijken, te luisteren of te voelen, hun eigen pasgeboren kind te herkennen.

Ik ben er van overtuigd, dat bij het démasqué, wanneer de blinddoeken worden afgedaan er een flink aantal moeders met een baby-tje in de armen zal staan, dat toch echt niet van haar is. Nee, de reden dat ouders het ziekenhuis na de geboorte (vrijwel) altijd met hun eigen kind verlaten, ligt niet aan de reukzin van de moeder, maar aan de naamarmbandjes die hun baby’s dragen.

Ik ken daarnaast een klein aantal dames dat de nogal merkwaardige gewoonte heeft veelal met de neus in de lucht door het leven te gaan, maar ook daaraan blijken bij nader inzien andere redenen van vermeende superioriteit ten grondslag te liggen dan die van een vermeend superieur reukvermogen.

Een ander stereotype argument dat nogal eens gebruikt werd, is dat vrouwen in de historie altijd voor het eten hebben gezorgd en dat zij daarom veel bewuster met geuren en smaken omgaan. Nu de dames de laatste tijd hun aanrecht en de keuken steeds vaker en met plezier aan de mannen overdragen, hoor ik dit argument echter steeds minder…

Misschien is het verstandig om in het perspectief van deze stelling eens te bepalen wat een goede wijnproever is en wat iemand tot een goede wijnproever maakt. Een goede wijnproever is mijns inziens een man of een vrouw die in staat is door middel van analyseren, reduceren, deduceren en concluderen, de authenticiteit en typiciteit van ondermeer druivenrassen, herkomstlanden, gebieden en oogstjaren, op basis van aroma’s en smaken in een karakteristieke wijn te proeven, te herkennen en te benoemen. Dat is dus iets geheel anders dan op goed geluk proberen ‘een wijntje te raden’, het gaat hier om het daadwerkelijk analyseren van hetgeen geproefd is en daar een conclusie aan verbinden.
 
Een paar belangrijke voorwaarden om dit met succes te leren en te doen, zijn ondermeer een opperste concentratie en focus op de te proeven wijn en het opbouwen van een zogenaamd proefgeheugen, noem het een proefdatabank.

In mijn werk als ondermeer docent organoleptiek – analytisch (blind)proeven – bij de opleiding tot Vinoloog van De Wijnacademie en als docent vinologie aan de Hogere Hotelschool Den Haag ben ik nimmer tot de conclusie gekomen dat mijn vrouwelijke studenten dit alles significant beter kunnen dan hun mannelijke collega’s. Ook een analyse van respectievelijk de examen- en tentamenresultaten van de laatste jaren geeft geen enkele aanleiding voor een conclusie in die richting.

De gedachte dat vrouwen beter zouden proeven dan mannen dient dan ook te worden beschouwd als een door de Viva en Opzij kunstmatig geïnsemineerd waanidee, dat inmiddels al veel te lang rondspookt en het verdient om zo snel mogelijk naar het rijk der fabelen te worden verwezen.
De stelling: “Het is een mythe dat vrouwen beter proeven dan mannen,” is derhalve volslagen juist. Vrouwen proeven absoluut niet beter dan mannen. Ook niet slechter overigens, waarvan akte!


Frank Jacobs


De stelling is onjuist.

Vrouwen kunnen wel degelijk beter proeven dan mannen. Dat is een feit. Máár: niet elke vrouw proeft beter dan willekeurig welke man. Niet iedere champagne is beter dan alle andere mousserende wijnen. Soit. Dat ik zo stellig achter mijn eigen, positief verwoorde, stelling sta, kan ik niet staven met ervaringen uit de praktijk. Ten eerste heb ik proefresultaten nooit per sekse bijgehouden en ten tweede kom je op proeverijen van welke orde dan ook nog steeds beduidend minder vrouwen dan mannen tegen.

De enige proeverij met als thema mannen-versus-vrouwen die ik ooit heb meegemaakt, vond twee jaar geleden tijdens Kunsthal Kookt plaats. Tien ervaren wijnproevers werd gevraagd een aantal glazen blind te beoordelen en zuren, alcoholgehalte, restzoet, druivenras, herkomst en kwaliteit te noteren. De resultaten gaven aan dat alle tien proevers correct en gelijkgestemd over de kwaliteit oordeelden, maar dat de vrouwen meer goede antwoorden hadden op de andere vragen. De uitslagen waren niet significant en het zou op basis van zo'n wassen-neus-wedstrijd tussen de seksen onterecht zijn om te stellen dat vrouwen beter proeven. Mijn overtuiging dat vrouwen in aanleg beter zouden moeten kunnen proeven, heeft vooral met bewezen fysieke en psychische factoren te maken.

Beter wijn proeven: wat is dat eigenlijk? Proef je beter als je meer druivenrassen, herkomsten, oogstjaren herkent? Of proef je beter als je gevoelig bent voor onzuiverheden en die kunt benoemen? Als je de kwaliteit goed omschrijft? Om goed te wijnproeven moet je dat wat mij betreft allemaal kunnen waarnemen én onder woorden kunnen brengen. Want dat is proeven: werken met je zintuigen en je hersenen. Over zintuigen en hersenen beschikken vrouwen en ook de meeste mannen wel. Meteen rijst dan de vraag: zijn er aanwijsbare verschillen tussen de zintuigen en hersenen van mannen en vrouwen? En inderdaad: er zijn verschillen.
 
De smaak van een wijn wordt beschreven in dat wat de tong aan basissmaken waarneemt, dat wat de tong en wangen aan structuur voelen en dat wat de neus – rechtstreeks of via de mond – aan aroma’s opvangt. De tong als tastorgaan is bij zowel vrouwen als mannen gevoelig. Ik heb geen onderzoek kunnen vinden wat aantoont dat de tong van de ene sekse meer tastzin heeft dan die van de ander. Op de tong liggen de smaakpapillen en daarvan hebben we vier soorten. Drie ervan nemen zoet, zuur, zout, bitter en umami waar en de vierde helpt bij het voelen. Net zoals de een beter kan zien dan de ander, lijkt het logisch dat de smaakpapillen van de ene mens in aanleg al meer talent hebben dan die van een ander.
Daarnaar is onderzoek gedaan en de uitslag leidde tot een indeling in supertasters, tasters en non-tasters. De non-tasters proeven wel degelijk het nodige maar nemen minder intens en minder genuanceerd waar dan de tasters en supertasters. Naar verhouding zijn er meer mannen non-tasters. Waarvan alvast akte.

Zou daar een puur anatomische, neurologische verklaring voor zijn?  Tenslotte zenden de papillen via receptoren die een eigen neurologisch netwerk hebben hun waarnemingen naar de hersenen. Pas in onze brein doen we iets met die waarnemingen. "De anatomie van mannelijke en vrouwelijke zenuwbanen is identiek, maar de activiteit van delen van het centraal zenuwstelsel waarin de informatie die de zenuwen aanleveren wordt verwerkt, is per sekse bewezen anders", vertelde de arts die ik om raad en feiten ging vragen. Onze hersenen zijn onder andere opgebouwd uit fylogenetisch oudere delen, de hersenstam en het lymbische systeem waar onze oerinstincten zich bevinden. Onderzoeksresultaten wijzen erop dat de invloed van het hersendeel met oerinstinct op actuele waarnemingen bij vrouwen veel sterker is dan bij mannen. Die oerinvloed maakt dat zintuigen scherper en alerter kunnen werken. In het fylogenetisch materiaal en het lymbische systeem liggen ervaringen van eeuwen opgeslagen. Omdat vrouwen vanuit de oudheid zich met voedsel en met het bereiden van eten hebben bezig gehouden, klinkt het logisch dat er heel veel informatie over smaken in vrouwelijke hersenen ligt opgeslagen. Vrouwen hebben een groter archief en hun proefvermogen is ook daardoor beter geëvolueerd.
Volgens deze redenering hebben vrouwen in aanleg dus meer talent om te proeven, maar dat moet uiteraard wel ontwikkeld worden. Vergelijk het met spiercapaciteit: mannen kunnen in aanleg harder rennen dan vrouwen, maar ook zij zullen ervoor moeten trainen om tot bijzondere prestaties te komen.

Even korte zijstap om de invloed van het lymbische systeem op de smaakwaarneming, zeker voor vrouwen, herkenbaar en voelbaar te maken het volgende: enkele kernen van de hypothalamus liggen in dit lymbische oersysteem. Die kernen hebben samen met de hypofyse, die onder meer de geslachtshormonen controleert, de menstruatiecyclus van de vrouw onder hun hoede. De meeste vrouwen zijn één à twee dagen voor de menstruatie veel gevoeliger voor geuren, smaken en prikkels en velen vertonen in die periode zelfs tijdelijk totaal andere smaakvoorkeuren; wees niet verbaasd over een kortstondige voorkeursswitch van een strakke, mineralige Sancerre naar een romige, houtgelagerde Chardonnay. Hetzelfde verschijnsel komt bij zwangere vrouwen voor. Die verhoogde smaakwaarneming is een gevolg van de gewijzigde hormoonhuishouding waarop  het lymbische systeem invloed heeft.

Los van dat lymbische systeem zijn er in de hersenenstructuren nog enkele argumenten te vinden waarom vrouwen beter proeven dan mannen. Zo zijn mannelijke hersenen in meer vakjes ingedeeld dan de vrouwelijke. Die 'vakjes' maken dat mannen zich beter kunnen concentreren en dat doorgaans op één ding doen. Vrouwen zijn sneller afgeleid, maar hebben het vermogen ruimer en globaler te werken en kunnen meer aspecten in één keer in beschouwing nemen. Dat laatste is onontbeerlijk bij een sensuele denksport als wijn proeven.

Tot slot nog een kort-door-de-bocht-argument om te accepteren dat vrouwen beter proeven dan mannen. Bij mannen is de rationele rechterkant van de hersenen het sterkst ontwikkeld en bij vrouwen de emotionele linkerzijde. En wijn is ook emotie!

Magda van der Rijst

De reacties:

Proeven vrouwen beter dan mannen? Je hoort het altijd, maar of het zo is? Zou een leuke test zijn voor de ‘myth-busters’. Mijn vriendin kan in ieder geval beter smaken waarnemen en benoemen dan ik. Misschien ben ik wat beter in herkennen en beoordelen. Dat laatste is zeker een resultaat van ervaring. Goed proeven is het gevolg van trainen, trainen en trainen. Dat kost jaren en vergt een ijzeren discipline van elke dag een glaasje (of meer) proeven en drinken. Bij de wijncursussen die ik geef heb ik niet echt een verschil kunnen ontdekken, wel dat er meer mannen dan vrouwen aan meedoen. En dat de laatste jaren het aandeel vrouwen toeneemt. En bij een recente serie proeverijen die ik gaf, was het aandeel mannen – vrouwen gelijk. Je ziet dan wel verschillen in voorkeur voor bepaalde wijnen, maar of dat te maken heeft met beter (of anders) proeven betwijfel ik.
Oftewel ik kan er weinig zinnigs over zeggen en zie uit naar degene die de tijd en moeite gaat nemen deze stelling eens grondig in de praktijk gaat testen.

Udo Göebel

Magda van der Rijst is een sympathieke vrouw, die beter kan proeven dan menig man. Kunnen daarom alle vrouwen, of tenminste de sympathieke, beter proeven dan mannen? Helaas, nee. Het verschil is nergens aangetoond. De verschillen tussen beide groepen zijn minder groot dan de verschillen binnen elke groep. En dat is meteen het zwakke punt in Magda’s redenering. Ik zou dat graag willen toelichten aan de hand van twee voorbeelden.

Allereerst de hypothese van de oerinvloed die maakt dat zintuigen scherper en alerter kunnen werken. “Omdat vrouwen zich vanuit de oudheid met voedsel en met het bereiden van eten hebben beziggehouden, klinkt het logisch dat er heel veel informatie over smaken in vrouwelijke hersenen ligt opgeslagen”. Ja, zo ken ik er nog wel een paar. “Omdat de liefde bij de man al sinds de schepping door de maag door de maag gaat, klinkt het logisch dat er heel veel informatie over smaken in zijn hersens ligt opgeslagen”.  Of: “Omdat de grote koks van alle tijden mannen zijn, klinkt het logisch dat er veel informatie over smaken in hun hersens ligt opgeslagen”.
Zo komen wij niet verder. Dat er een oerinstinct bestaat, geloof ik zeker. Ik kom daar later nog op terug. Maar dat dit de bron is van het vrouwelijke proefvermogen, is pure speculatie waar wij verder niets mee kunnen. Bij proeven gaat het niet om wat je kunt maar om wat je ermee doet. Daar heeft het oerinstinct niet zoveel mee te maken. 

En dan de invloed van het lymbische systeem. Wetenschappelijk is aangetoond dat de meeste vrouwen één à twee dagen voor de menstruatie veel gevoeliger voor geuren, smaken en prikkels zijn en dat velen in die periode zelfs tijdelijk totaal andere smaakvoorkeuren tonen. Idem voor vrouwen die zwanger zijn.
Dat geloof ik grif. Maar wordt de stelling van Magda hierdoor ondersteund of juist ondergraven? Het probleem is namelijk dat je er zo weinig mee kunt doen. Om te beginnen is de doelgroep kleiner dan je denkt: alleen vrouwen tussen puberteit en menopauze tellen mee, en zwangere vrouwen kunnen beter helemaal niet drinken. De resterende vrouwen zijn doorgaans op wisselende dagen ongesteld. En dan in hun smaakvoorkeuren ook nog eens labiel. Zo hou je natuurlijk nooit een onderzoeksgroep over die hoger scoort dan mannen. Of je moet je toevlucht zoeken tot meisjesscholen of nonnenkloosters, waar zoals bekend de maandelijkse cycli na verloop van tijd door de natuur op elkaar worden afgestemd. Maar zelfs in het meest ideale geval kan je daar slechts twee of drie dagen per maand op volle sterkte proeven. En daarmee leg je het toch echt af tegen mannen; die kunnen het namelijk altijd en overal. 

Hoe komt het misverstand dan in de wereld dat vrouwen beter kunnen proeven? Omdat mannen ze dat vertellen. Vrouwen kunnen wel goed proeven maar zijn er niet in geïnteresseerd. Vrouwen gaan naar de supermarkt om een fles wijn van € 2,69 te kopen en die met hun vriendinnen op te drinken. Liefst met een sigaretje erbij. Ze weten heus wel dat er wijnen bestaan die beter smaken, en dat ze dat kunnen proeven ook, maar die zetten ze niet op tafel. Vrouwen drinken om te socialisen.

En mannen? Die willen vanaf de oudheid maar één ding: imponeren en veroveren. Niet zoals vroeger met bruut geweld maar door te pleasen. Een compliment op het juiste moment maakt elke vrouw tevreden. En waarmee kun je een vrouw nu beter voor je winnen dan haar te prijzen om vaardigheden die haar doen uitstijgen boven je eigen sekse?

Vrouwen laten zich deze complimenten graag aanleunen. Niet omdat zij niet beter weten maar omdat hun oerinstinct hen daartoe dwingt. Het nageslacht moet worden zekergesteld.

Johan Veenstra

Het is een mythe dat vrouwen beter proeven dan mannen
Deze mythe is een boeiend onderwerp van gesprek. In het licht van onze huidige tijd van welvaart, waarin het edele vocht ‘wijn’ zodanig is gedemocratiseerd onder de bevolking is het een statisch gegeven (zie trendbox onderzoek) dat vrouwen in toenemende mate de mannen de overtreffen in wijngebruik, niet te verwarren met het wijnverbruik. Frank onderbouwt het toenemend gebruik van wijn door vrouwen a.g.v. de feministische golf  in de 20e eeuw. 

Gezien het bovenstaande is het logisch dat van vrouwen in het algemeen, vandaag de dag verondersteld mag worden dat zij meer dan ooit  tevoren van wijnproeven en genieten. Marga merkt mijn inziens terecht op dat niet iedere vrouw beter proeft als iedere willekeurige man. Met andere woorden de mythe dat vrouwen beter proeven dan mannen gaat niet standaard op! Marga is er echter van overtuigd dat vrouwen beter proeven dan mannen als gevolg van fysieke en psychische factoren.  Natuurlijk zijn er onder de vrouwen, net als onder de mannen uitstekende wijnproevers en er zijn minder goede proevers onder beide. Maar………., ze zijn zo in de minderheid………. de vrouwen, de professionele vrouwen die van wijnen en van wanten weten. Ik bedoel vakvrouwen die het beroep van sommelier uit oefenen. Alle opgesomde argumenten van Marga ten spijt kent het Nederlands Gilde van Sommeliers (nog) maar 40 vrouwelijk leden inclusief geassocieerde leden en hun aantal neemt weliswaar gestaag toe.  Waarbij ik opmerk dat voor vrouwen het wijnvak in het algemeen een fysiek zwaar beroep is, dat door een groot publiek nog steeds wordt geromantiseerd, in alle opzichten!  Gelukkig, zien we ook hierin in toenemende mate  dankzij de emancipatie van de vrouw en de voortschrijdende technieken bij de productie van wijn alsmede de verbeterde arbeidsomstandigheden in wijngerelateerde bedrijven o.a. tillen  (tegenwoordig veelal 6 fl. per doos). 

Vrouwen kunnen de mythe ‘dat ze beter proeven dan mannen’ wel degelijk waarmaken door veel te proeven en dit onder woorden te brengen. Gewoon héél veel oefenen en doorzetten! Hetzelfde geldt overigens ook…………voor mannen! Zo blijkt uit het NRC handelblad  bijlage Wetenschap en Onderwijs d.d. 4 november 2006, ‘je hoeft je niet bij je genen neer te leggen’!

René Persoon - commissaris proeverijen NGS

Geen uitvoerig verhaal van mijn kant, maar ik heb wel zo mijn ideeën over de proefcapaciteiten van vrouwen. Proeven heeft naar mijn opvatting voornamelijk met emotie te maken. Vrouwen zijn beter in staat om onbewust verschillende prikkels waaronder ook geur en smaak, op te slaan bij gebeurtenissen in hun leven. Door weer in aanraking te komen met deze geuren en pikkels kunnen zij zich snel weer de gebeurtenis herinneren en zelfs de emotie hierachter herbeleven.
Hun bibliotheek aan emoties is zeer uitgebreid omdat veel vrouwen geen moeite hebben om hun emoties specifiek te benoemen en te delen met anderen. De praktijk laat zien dat vrouwen hierdoor bepaalde prikkels vele malen sneller kunnen plaatsen bij deze specifieke emoties.
Dat is dus niet alleen het geval bij wijn. Door alle kookcursussen die wij geven, zien we dat geuren en smaken van kruiden en specerijen maar ook vele andere ingrediënten sneller herkend worden door vrouwen. Misschien ook wel omdat vrouwen hier vaker mee in aanraking komen?

Deze bevindingen zijn niet echt 'hard' te maken in de zin van meetbaar. Het is vooral een gevoelskwestie. En zoals bekend is het mannelijk geslacht hier zeer 'gevoelig' voor… Mannen zullen het daarom misschien niet begrijpen en het zien als een zwak verhaal omdat emoties niet meetbaar zijn. Maar denken ze dan dat proefvermogen überhaupt meetbaar is?

Stefanie Diependaal, TIP kookschool

Ik vind het moeilijk om zo maar eens of oneens te zeggen. Het is best wel afhankelijk van een anatal factoren. Ik ben ervan overtuigd dat je niet zomaar kan zeggen dat 'de' vrouw beter proeft dan 'de' man. Ik denk dat het eerder persoongebonden is, en dat het te maken heeft met waar je intresse en passie ligt. Sommigen kunnen goed proeven, maar dit komt volgens mij omdat zij een enorm referentiekader hebben opgebouwd. Zelf was ik 15 jaar geleden zo groen als gras zeer beperkt in mijn verwoording van een wijn. Tegenwoordig krijg ik bij de geur al een signaal en herkenning, zodat ik weet wat ik van de wijn mag verwachten.
Omdat de geur erg belangrijk si, denk ik dat daar de kracht ligt van een goede proever. Ook ben ik er van overtuigd dat de geur erg verschillend is per mens. Zie mijn eigen kinderen. Jimmie heeft een goede smaak, Isabelle daarintegen heeft een zeer gevoelige neus. Ze is pas drie, maar nu al kan ze bepaalde geuren thuisbrengen! Een echt vinoloogje dus. Nog iets dat belangrijk is, is dat je geuren en smaken weet te onthouden en te onderscheiden. Ik geloof wel dat vrouwen daar erg goed in zijn. Ook dat meer oog en neus hebben voor details. En dat is bij wijn proeven en drinken wel erg handig.

Thérèse Boer, Restaurant De Librije

De reacties:

Een korte reactie van mijn kant.
Dat vrouwen beter proeven dan mannen, heeft vooral met bewezen fysieke factoren te maken.
Dat is een feit.
Maar ik kan dit ook niet staven met ervaringen uit de praktijk. Ook ik heb proefresultaten nooit per sekse bijgehouden en op proeverijen kom je per definitie minder vrouwen dan mannen tegen. Niet elke vrouw proeft beter dan willekeurig welke man.
Proeven is een actief proces, waarbij allerlei omstandigheden een rol spelen. Niet alleen het vrouw-zijn telt mee, maar ook het openstellen van je gevoel en je kunnen concentreren. Er zijn ook mannen die hun gevoel durven laten meespelen en zodoende meer waarnemen dan menige vrouw.

Vriendelijke groet,

Nel Minkjan- docente Academie voor gastronomie

Ik ben er ( bijna) van overtuigd dat vrouwen  beter  kunnen proeven dan mannen. Het probleem bij veel vrouwen is dat ze bij een blindproeverij , wanneer er een keuze gemaakt moet worden tussen drie wijnen, ze vaak gaan twijfelen. Mannen zijn rationeler ( rechterkant hersens sterk ontwikkeld) strepen weg en komen zo bij hun juiste keuze. Vrouwen gaan twijfelen. Maar ik neem de proef op de som. Ga de vinologen in opleiding testen.
Zie bijlage.
Trouwens niet alle vrouwen zijn 100 % vrouwelijk. Er zijn mannelijke en vrouwelijk vrouwen. dat weten we allemaal. Er is een hele simpele manier om dat te testen.
Aan de univeristiet van Cambridge heeft men uit gevonden dat iedere man en iedere vrouw hormonaal ergens tussen 100 procent man en 100 proecnt vrouw uitkomt. Om te weten waar je zit op die schaal moet je naar je linkerhand kijken :
de ringvinger ( de testosteron vinger)
de wijsvinger ( de oestrogeenvinger) .
Bij de meeste mannen is de ringvinger langer dan de wijsvinger.
Bij de meeste vrouwen is de wijsvinger langer dan de ringvinger.
Vrouwen die wat mannelijker zijn aangelegd hebben dus een langere ringvinger. 'Mannen ( die de vrouwen goed begrijpen met minder testosteron) hebben een langere wijsvinger.

Jullie horen van me zodra ik de test op de Wijnacademie heb gedaan.

Ellen Dekkers - Cursusleider Wijnacademie

De stelling is onjuist

Als ik van iemand wel een second opinion waardeer met betrekking tot de kwaliteit van een wijn, dan is dat wel van mijn vrouw. Niet alleen is zij een groot liefhebster -en dientengevolge ook drinkster-,  zij is ook een feilloos organoleptisch analytica (beide woorden die overigens volgens de firma ‘Word’ niet bestaan) van het haar voorgezette glas rood, wit of rosé.

En dat komt meerdere malen daags voor.

Een zweempje kurk?
Als ik nog twijfel, brult zij het al door de kamer.

Een wijn die de verre reis niet helemaal goed heeft doorstaan of anderszins niet geheel okselfris is? ‘Heb je niet wat anders openstaan?’, is een andere dienstmededeling die regelmatig in huize Hamersma klinkt.

En ook ronduit vies –een veel voorkomend euvel bij wijn- wordt direct geregistreerd en begroet met ‘Ah…Vieren we vandaag weer eens ‘Wereld Vieze Wijn Dag’?

Is zij het bewijs dat vrouwen beter kunnen proeven dan mannen?

Mevrouw Hamersma is ook maar N=1….

Goed proeven en ruiken kan ze in ieder geval wel.

Hoe dan ook: volgens de geschriften die mij ter beschikking staan zouden vrouwen het in ieder geval wel beter moeten kunnen ruiken en proeven.

Zo leer ik uit een rapport waarvoor gebruik is gemaakt van FMRI technologie (Functional Magnetic Resonance Imaging) dat binnen de groep ‘super-proevers’ (zij waarvan wetenschappelijk bewezen is dat zij een bijzonder hoge gevoeligheid voor geuren en smaken hebben) de vrouwen ten opzichte van de mannen dubbel vertegenwoordigd zijn.
En binnen die groep weer zijn de ‘vruchtbare’ vrouwen nog eens gevoeliger voor geuren en smaken dan de ‘overige’, zowel mannen als vrouwen.
De onderzoekers veronderstellen overigens dat dit komt door het evolutionaire voordeel dat ontstaan is doordat -heel rolbevestigend- de vrouwen als zij moesten koken, omdat de mannen weer zo nodig moesten jagen, een bijzonder goede ‘neus’ hebben ontwikkeld voor eventueel aanwezig gif in de te bereiden knollen, paddestoelen, kruiden en bessen.

Wetenschappelijker bewijs is ook voorhanden. Eerder genoemd FMRI toont via hersenscans bijvoorbeeld aan dat vrouwen hun hersens soms wel tot acht keer intensiever gebruiken als zij aan voedsel ruiken.

Zwanger zijn is helemaal een groot pré voor proefsters.
De Engelse supermarktketen Tesco kent een rapport, waarin staat dat vrouwen die in verwachting beter proeven dan wie dan ook.
Nog even volhouden Noële….
Of de hoofdinkoopster wijn van de eveneens Engelse grootgrutter Somersfield constant zwanger wordt gehouden is overigens onbekend. Wel is bekend dat haar neus en haar smaakpapillen verzekerd zijn voor 10 miljoen pond.

En het zal toch ook wel geen toeval zijn dat de wijninkopers van Albert Heijn, Plus en Hema van het vrouwelijk geslacht zijn?


Harold Hamersma - mede-auteur Wijnalmanak

Vrouwen kunnen in het algemeen beter proeven dan mannen. Alleen soms doen ze het niet. Soms laten ze zich teveel afleiden door hun omgeving. Of door mannen met haantjes gedrag die denken het beter te weten. Vrouwen hoeven het niet zo nodig ‘beter te weten’.

In de regel ben ik er van overtuigd dat vrouwen iets scherper zijn in de kunst van het proeven dan mannen. Ze proeven iets verfijnder. Proeven heeft heel veel met ruiken te maken. Hoe vaak gebeurd het niet dat een vrouw iets eerder ruikt dan een man. Het komt regelmatig voor dat ik tegen mijn vriend zeg ‘ruik jij dat ook?’ en dat hij dan pas even later zegt ‘ja, nu je zegt ruik ik het ook’.

Onlangs zat ik met een groep mannen aan tafel om verschillende wijnen te proeven. Ik was de enige vrouw en heb minder proefervaring dan een aantal mannen dus hield ik me koest. Er was duidelijk één man de leider, hij had de grootste mond en wist precies wat hij rook: ‘buxus, groenten’ en de wijn was ‘grassig’. Ik kan u vertellen, het was geen sauvignon blanc waar deze heer zijn neus in stak! Kortom het viel me op dat de heer in kwestie een grote mond had en zijn enorme kennis niet goed in praktijk bracht.

Nog een voorbeeld, ik proef samen met een man een champagne. Het is een extra dry champagne. Die kan heel mooi zijn en ik houd over het algemeen ook wel van mooie extra dry of sec champagne. Deze champagne was niet verkeerd, laat ik dat voorop stellen, maar ik miste verfijning en samenhang in de wijn, ik vond dat het niet één mooi geheel was. De man die met me mee proefde was een stuk enthousiaster ‘het was echt zijn wijn’. Dat is nou net wat ik bedoel met dat een vrouw beter is in de finesse.

Ik ben van mening dat vrouwen in het algemeen meer aanleg hebben voor het goed proeven van wijn. Of ze daar gebruik van maken is een tweede. Het heeft alles te maken met oefening en ervaring, en last but not least met de persoon zelf, want iedereen is anders.

Stéphanie van Rantwijk, Champagne informatie Centrum

Tsja, wat is goed proeven... In mijn ogen is een goede proever iemand die kan beoordelen of een wijn zuiver is, wat voor kwaliteitsniveau deze heeft en kan verwoorden of en waarom hij de wijn lekker vindt. Als hij ook de druivensoort, het herkomstgebied, de vinificatie, het klimaat en de manier van teelt kan herkennen, vind ik het een knappe bol. Zo’n proever kan zonder het etiket te zien de wijn op zijn intrinsieke waarde beoordelen. Het is praktisch in de communicatie als de proever in deze prestatie enige regelmaat vertoont, dan kun je ook nog op zijn oordeel vertrouwen.

Kunnen vrouwen dit beter dan mannen? Ik denk dat aanleg en ervaring een belangrijke rol spelen, en als ik Magda’s betoog lees hebben vrouwen meer aanleg. Volgens mij is je stelling dan ook onjuist. Ik denk dat vrouwen wel degelijk beter kunnen proeven, alleen zijn er weinig praktijkvoorbeelden te noemen omdat mannen in de wijnwereld nog steeds op zijn zachtst gezegd wat dominant zijn.

Ok, er is een hoop veranderd, twintig jaar geleden werd ik op sommige proeverijen geweigerd omdat vrouwen te veel zouden kletsen… Waardoor mannen bang werden dat ze zelf niet genoeg aan het woord konden komen… Blijkbaar zijn mannen daar nog steeds bang voor en is het actuele aantal vrouwen in de wijnwereld nog steeds sterk in de minderheid. Hier heb ik wel wat praktijkvoorbeelden:
Tijdens een onlangs met veel bombarie aangekondigd seminar over marketing voor de wijnhandel werd aan het forum gevraagd of de wijnhandel nog steeds een arrogant imago heeft, het forum bestond, jawel uit acht mannen, ze zeiden dat het best wel mee viel... Wat deden al die mannen daar eigenlijk? Samen vergeten dat de meeste wijn in NL door vrouwen wordt gekocht. Vrouw als klant in de supermarkt & vrouw als inkoper van de supermarkt. Wijnmarketing? Nee, pure marketing van het mannenbastion.
Bij de halfjaarlijkse vergaderingen van de KVNW is het aantal vrouwen gemakkelijk op een hand te tellen. Ook tijdens de inkoop zijn het meestal mannen met wie ik over de wijn praat. Die vinden het vaak moeilijk om met een vrouw over de ins en outs van wijn te praten, je moet ze meestal nog even wakker schudden door wat technische vragen te stellen. Tijdens officiële wijnproeverijen (concoursen etc) is de verhouding vrouw man meestal 1 op 20. En zelfs bij perswijn, ik heb jarenlang meegeproefd is het aantal vrouwen ver in de minderheid.

Maar de vrouwen die wel professioneel wijnproeven, proeven deze beter?
Mannen hebben een wat beperkt vocabulaire om aroma’s te omschrijven. Volgens Magda klopt dat omdat ze ook een beperking hebben om ze te herkennen. In de praktijk komt dat brede spectrum me soms van pas, maar soms werkt het ook vertragend. Dan is het alsof ik een supermarkt binnenloop voor een pak melk maar door alles om me heen afgeleid wordt en thuiskom met een hoop boodschappen die ik niet nodig heb en de melk vergeten ben. Ik heb dan ook veel concentratie nodig om te proeven, en voor een brede analyse vind ik 15 wijnen ruim genoeg. Mannen kunnen misschien meer wijnen in een sessie proeven, maar geven een beperktere omschrijving.

Ik denk dat vrouwen in de praktijk anders proeven dan mannen, als je een goede analytische omschrijving wilt zul je meer aan een vrouw hebben, als je snel (oppervlakkig) een grote hoeveelheid wijnen wilt beoordelen zul je meer aan een man hebben.

Tjitske Brouwer, Vinoblesse

Share |
  • Santa Rita t/m april of september 2018
    • Vinoblesse wijngids vanaf 14sept
    • Banner Kwast  1 sept 2017 tm 1 dec 2017
    • Winterhalter - t/m?
    • Ribera del Duero Drink Ribera-drink Spain banner
    • Bossenbroek B.V. - doorlopend