Voorwoord
|
De dictatuur van de cépage(wijn) Mijn eerste wijnstappen liggen in de tijd dat de wijnen uit de Bordeaux en in het kielzog daarvan - of andersom? - de wijnkritieken van de Wine Advocate in opkomst waren. In die tijd, begin jaren tachtig, was de wereld nog overzichtelijk. Goede wijnen kwamen uit de Bordeaux en waren gemaakt van een mix van cabernet sauvignon, merlot en nog wat andere druiven. Ik vond 35 gulden voor een fles Trotanoy 1982 veel geld, maar dat moest je voor de goede zaak over hebben. Tegenwoordig zit de wereld heel anders in elkaar. Dat heeft zo zijn goede en slechte kanten. Niet alles was vroeger beter, dat in de eerste plaats. Een fles Vieux Château Certan 2009 'doet' in de voorverkoop zo'n € 215. De prijs van Trotanoy is nog niet bekend, maar die kan nog hoger uitvallen. Zelfs voor inflatie gecorrigeerd erg hoge prijzen. Daar staat tegenover dat de kwaliteit van veel andere wijnen, om te beginnen in de Bordeaux zelf, sterk verbeterd is. Dus is er voor een fatsoenlijk bedrag nog altijd mooie Bordeaux te koop. Bovendien vind je tegenwoordig moois in alle hoeken en gaten. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik de Bourgogne of andere streken destijds niet goed kende. Anda Schippers noemt zichzelf in dit nummer een 'barbaar in de Bordeaux'. Als dat zo is, dan was ik destijds een 'barbaar in de Bourgogne'. Inmiddels heb ik dat ruimschoots goedgemaakt, en geleerd dat ook wijnen op basis van één mooie druif, of het nu pinot noir, riesling, chardonnay of chenin blanc is, heel mooi kunnen zijn. Toch zit er één maar bij. Bij de genoemde druiven is er in de klassieke gebieden sprake van een logisch verband tussen druif en terroir. Sterker, in de Bourgogne worden zowel chardonnay als pinot noir gezien als druiven die het terroir tot uitdrukking brengen in de wijn. Hetzelfde geldt voor riesling in gebieden als de Moezel. Druif en terroir zijn er onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op een gegeven moment zijn er bedrijven gekomen die meenden dat ze deze wijnen konden 'kopiëren' door de druiven te importeren en in hun eigen wijngaarden te planten. Een ontwikkeling die wereldwijd te zien viel, niet alleen in de nieuwe wijnlanden, maar ook in Frankrijk, Spanje en Italië. Een begrijpelijke ontwikkeling, maar omdat de druiven nogal eens op ongeschikte terroirs werden geplant, leverde dat soms karikaturen op. Tegelijk wordt de consument op het verkeerde been gezet, in de veronderstelling dat een Chardonnay ook echt naar chardonnay smaakt. Nee dus. Grappig genoeg keert de wal soms het schip. Bij de betere wijnen komt er weer een tendens naar wijnen op basis van verschillende druiven. Je ziet het overal in Zuid-Afrika, Californië, Argentinië, noem maar op. De reden: meer complexiteit. Zorgelijk is dat er klassieke wijngebieden zijn die hun traditionele blends laten varen ten faveure van wijnen op basis van één druif. Voor de proeverij van witte Spaanse wijnen uit onder andere Galicië kwam veel Rías Baixas op de proeftafel. Zonder één enkele uitzondering waren deze gemaakt van één druif: albariño. Doodzonde. Rías Baixas is een wijn die van oudsher wordt gemaakt van verschillende, bijzondere autochtone druiven. Dus ook loureira, treixadura, caiño, torrontés en godello. De wijnen van alleen albariño zijn minder complex. Ik zou zelfs durven zeggen: eentonig. Je zou kunnen beweren dat zoiets het 'dictaat van de markt' is. Maar de producenten volgen dan ook slaafs, blijkbaar. Dat in Vin de Pays d'Oc cépagewijnen hoogtij vieren, best. Maar het soort dictatuur van de druif zoals in Ríax Baixas mag ongewenst worden genoemd: dat is een verarming van de wijn. Ronald de Groot
|
||






